Bij de lokale verkiezingen van 2024 was de opkomst nog nooit zo laag. En dat is geen alleenstaand feit. De opkomst van kiezers bij lokale verkiezingen daalt, net zoals de lidmaatschappen van politieke partijen en het vertrouwen van burgers in hun bestuur. Ook in Vlaanderen. Toen de opkomstplicht voor de verkiezingen voor de lokale besturen en provincies werd afgeschaft door de Vlaamse regering, uitten politicologen de vrees dat dat zou zorgen voor een lagere opkomst (De Standaard, 2021). Dat bleek ook in de realiteit zo: gemiddeld kwam slechts 63,3 procent van de stemgerechtigde burgers opdagen aan het stemhokje (VRT NWS, 2014). De bereidheid om te gaan stemmen hangt samen met de mate van politiek vertrouwen (Stals, 2024). Wantrouwige burgers beslissen bijvoorbeeld sneller om niet deel te nemen aan verkiezingen.
De dalende opkomst bij verkiezingen zorgt dan ook voor een fundamenteel probleem voor de democratie, namelijk dat er een vertekening is in de volksvertegenwoordiging is. Dit impliceert direct dat er een grotere kans is op ongelijke participatie. Ter alternatief voor het representatieve democratiemodel, is er het fenomeen van participatieve democratie. Een goede democratie zou namelijk een hoge en maatschappelijk gelijk verdeelde hoeveelheid van participatie van burgers in het beleid vragen (Van der Meer, 2016). Deze alternatieve democratievorm kan diverse vormen aannemen, die kunnen gecategoriseerd worden in twee groepen, namelijk de deliberatieve en aggregatieve vormen. Deze participatieve formules zijn in staat democratische processen te versterken evenals de burgers meer te betrekken bij het beleid (Goutry , De Smedt, & Wagenaar, 2024).
Rousseau heeft de basis gelegd voor participatieve democratie. Volgens hem is het nodig dat elke burger participeert in politieke besluitvorming om de staat goed te laten werken. Zo kan een onderscheid gemaakt worden tussen drie functies van de participatieve democratie. De eerste functie is die van educatie. Burgers kunnen hun skills als burger en competentie om te participeren, verhogen. De volgende functie van participatieve democratie is het verhogen van het gemeenschapsgevoel tussen burgers. Als laatste zorgt participatie op politiek vlak ook voor een hogere legitimiteit van de beslissingen, die genomen worden (Michels & De Graaf, 2010).
Ook lokale besturen werken met participatieve democratievormen. Onderzoek van Goutry, De Smedt en Wagenaar stelt dat de gemeenteraad de meeste beslissingsmacht heeft (Goutry et al, 2024). Dit wordt bevestigd in het onderzoek van Van der Meer, dat verwijst naar de decentralisatie van bevoegdheden (Van der Meer, 2016). Door burgers op het lokale niveau te betrekken, kan je ze op de meest haalbare en relevante manier laten participeren. De gemeentebesturen staan namelijk het dichtste bij de burger. Daarenboven zijn burgers ook meer tevreden over het laagste bestuursniveau. De gemeenteraad speelt dus een belangrijke rol in het actief betrekken van burgers bij beleids- en besluitsvorming evenals het promoten van andere participatieve democratievormen (Goutry et al, 2024). Participatie op politiek niveau bevat alle activiteiten, die zorgen voor input en hebben het doel zowel het beleidsproces als haar uitkomsten te beïnvloeden.
De motivatie van gemeenteraadsleden ten opzichte van het participatieve bestuursmodel, is afhankelijk van hun persoonskenmerken. Zo zullen vrouwen sneller voorstander zijn van participatieve processen dan mannen. Ook leeftijd speelt een rol. De oudere bevolking zal de voorkeur geven aan representatieve democratie, terwijl de jongeren hier het minst positief over zijn. Hoe rechtser de persoonlijke ideologie, hoe minder interesse er is in deelname van burgers in het beleidsvormingsproces (Reussing, 2014). Ook dienen gemeenteraadsleden vooral de persoonlijke overtuiging te hebben dat burgerparticipatie invloed kan hebben op de beleidsvorming in lokale besturen en haar doel kan bereiken (Goutry et al, 2024). Aan de kant van de burgers toont onderzoek dat mensen met een sterkere opvatting actiever zullen participeren in de politiek dan burgers met een gematigde opvatting. Bovendien zullen zij, die wantrouwen koesteren ten aanzien van de politiek, minder participeren. Alternatieve, participatieve democratievormen kunnen deze ongelijkheid in participatie proberen op te lossen (Van der Meer, 2016).
Daarvoor grijpen we in De Spiegeldemocratie™ naar een deliberatief mini-public. De eerste keer dat dat precieze concept opdook, was in 2003 met de Amerikaanse politicoloog Archon Fung. Hij definieerde DMP’s als ‘fora waarin groepen van burgers samenkomen om te discussiëren over een bepaald politiek thema’ (Setälä, 2017). Maar ook de bekende politicoloog Robert Dahl schoof in 1989 al een ‘mini-populus’ naar voren om burgers te laten engageren in het beleidsproces, omdat hij vond dat er een terugtrekking plaatsvond van het ‘collective reasoning process’. Intussen zijn mini-publics geïntroduceerd over de hele wereld op verschillende bestuursniveaus. Ze gelden als een vorm van democratische innovatie, om publiek engagement te verdiepen en te verbeteren (Smith, 2009).
Burgers doen aanbevelingen die dan behandeld worden door verkozen vertegenwoordigers. In die vorm blijft de final decision-making power bij de politici. Dat verhoogt het risico op een slechte afloop: wanneer de aanbevelingen van het DMP bijvoorbeeld niet worden gevolgd door de politici, wordt het door burgers als veel minder legitiem beschouwd. Ze krijgen dan immers het signaal dat politici niet écht willen luisteren en strategisch enkele voorstellen er uithalen die hen goed uitkomen (Govaerts, De Fine Licht & Marien, 2024). Onderzoek wijst ook uit dat een meerderheid van burgers gekant is tegen het idee om de gemeenteraden te vervangen door DMP’s. Wel worden ze positiever bekeken, wanneer ze bestaande democratische instellingen niet vervangen (Kübler, Gut, Heimann, Stojanovic,& Colombo, 2025).
We geloven dat De Spiegeldemocratie™ in die minpunten het verschil kan maken. We zoomen in op vier gemeentes waarin de opkomst het laagste was van over heel Vlaanderen. Daar willen we een pilootproject opstarten om het gebrek aan lokale participatie tegemoet te komen door de gemeenteraad aan te vullen met een Burgerraad. De gemeenteraad wordt zo verdubbeld met een burgerraad. Daardoor zou er voor elk besluit zowel een politieke als een burgermeerderheid gezocht moeten worden – dat moet veiligstellen dat burgers niet aan de zijlijn worden geplaatst. Zo worden de bestaande democratische instellingen niet vervangen, maar kan de burger tegelijk per definitie niet worden genegeerd.
Setälä wijst erop dat deliberatieve mini-publics daarom best als permanente instituties moeten opgesteld worden. Dat die permanent worden ingesteld – de komende zes jaar is dan ook wat in een lokale democratie als ‘permanent’ moet worden beschouwd wegens de democratische spelregels – zou het publiek helpen om het mini-public te zien als een vaste factor (2017).
Een ander pijnpunt van mini-publics zou zijn dat ze niet genoeg gesprek en discussies opwekken bij decision-makers. Door verkozen vertegenwoordigers te betrekken in mini-publics kan dit vehikel weggewerkt worden, beargumenteert Setälä (2017), bijvoorbeeld door raden in te richten die zowel uit verkozen vertegenwoordigers bestaan als burgervertegenwoordigers. Dat model past De Spiegeldemocratie™ dan ook toe. Er bestaat het risico dat politici discussies zouden domineren en delibererende burgers zouden intimideren. Dat gevaar doet zich in de praktijk echter niet voor (Suiter, Farell,& Harris, 2016).
Coudron, J., Craeghs, J., Depauw, S., Demarsin, G., Hazenbosch, I., Mouchalleh, A., & Rynwalt, P. (2025). Evaluatierapport afschaffing van de opkomstplicht. Agentschap Binnenlands Bestuur.
De opkomstplicht afschaffen is een historische vergissing. (2021, June 16). De Standaard. https://www.standaard.be/nieuws/de-opkomstplicht-afschaffen-is-een-historische-vergissing/47718439.html
Fung, A. (2003). Recipes for public spheres: Eight institutional design choices and their consequences. Journal of Political Philosophy, 11(3), 338–367.
Govaerts, I., De Fine Licht, J. & Marien, S. (2025). When deliberative mini‐publics’ outcomes and political decisions clash: Examining how responsive communication influences legitimacy perceptions. European Journal of Political Research, 64(2), 767-789. https://doi.org/10.1111/1475-6765.12711
Goutry, W., De Smedt, N. & Wagenaar, C. (2024). Gluren bij de buren: hoe waarderen Nederlandse en Vlaamse gemeenteraadsleden diverse vormen van burgerparticipatie? Bestuurswetenschappen, 78(4). 62-89.
Kübler, D., Gut, R., Heimann, A., Stojanovic, N., & Colombo, C. (2025). Who supports deliberative mini-publics in a context of direct democracy? The role of trust and dissatisfaction. International Review of Administrative Sciences, 91(3), 427–447. https://doi.org/10.1177/00208523251351804
Michels, A. & De Graaf, L. (2010). Examining Citizen Participation : Local Participatory Policy Making and Democracy. Local Government Studies, 36(4), 477-491.
Michiels, C. & Grommen, S. (2024, oktober 13). Opkomstcijfers verrassend laag: meer dan een derde van de Vlamingen bleef thuis. VRT NWS. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2024/10/13/opkomstplicht-afgeschaft-opkomstcijfer-lokale-verkiezingen-cijfe/
Reussing, R. (2014). Rolperceptie en rolgedrag van raadsleden in de lokale democratie. Bestuurswetenschappen, 68(4), 85-97.
Van der Meer, T. (2016). De lokale democratie en het probleem van participatieve ongelijkheid. Mens & Maatschappij, 91(4), 357-380.
Setälä, M. (2017), Connecting deliberative mini-publics to representative decision making. European Journal of Political Research, 56(4), 846-863. https://doi-org.kuleuven.e-bronnen.be/10.1111/1475-6765.12207
Smith, G. (2009). Democratic innovations: Designing institutions for citizen participation. Cambridge: Cambridge University Press.
Stals, L. (2024, juni 1). De stem van de toekomst: Jonge Vlaamse kiezers en hun vertrouwen in de politiek. KU Leuven Instituut voor Kind en Jeugd. https://www.kuleuven.be/child-youth/nl/blog/posts/de-stem-van-de-toekomst-jonge-vlaamse-kiezers-en-hun-vertrouwen-in-de-politiek
Suiter, J., Farrell, D. & Harris, C. (2016). The Irish Constitutional Convention: A case of ‘high legitimacy’? In M. Reuchamps & J. Suiter (eds), Constitutional deliberative democracy in Europe. Colchester: ECPR Press.