Voor de beste gebruikerservaring opent u deze website best niet op een smartphone, maar op een laptop.
In uitvoering van het Vlaams regeerakkoord 2019-2024 schafte het decreet van 16 juli 2021 tot wijziging van diverse decreten, wat betreft versterking van de lokale democratie, de opkomstplicht af. De memorie van toelichting benadrukt dat het belangrijk blijft voor elke kiezer dat hij zijn democratisch recht om zijn stem uit te brengen, uitoefent. Maar hij is er wettelijk niet meer toe verplicht. Daarmee sluit Vlaanderen aan bij de democratische gang van zaken in de meeste westerse democratieën en bij de groeiende praktijk dat niet-deelname niet bestraft wordt (Coudron, Craeghs, Depauw, Demarsin, Hazenbosch, Mouchalleh, & Rynwalt, 2025).
Bij de afschaffing van de opkomstplicht in 2021 vreesden veel politicologen dat deze beslissing de opkomst bij de verkiezingen van 2024 aanzienlijk zou beïnvloeden (De Standaard, 2021). Dat bleek ook in de realiteit zo: gemiddeld kwam slechts 63,3 procent van de stemgerechtigde burgers opdagen aan het stemhokje (VRT NWS, 2014). De bereidheid om te gaan stemmen hangt samen met de mate van politiek vertrouwen (Stals, 2024). Wantrouwige burgers beslissen bijvoorbeeld sneller om niet deel te nemen aan verkiezingen.
Hoe kan dat feit gekeerd worden? Doorvoor gaan we later naar de Wetenschappelijke onderbouwing en de Praktische uitwerking.
Uit recente cijfers over vertrouwen in instellingen van Statistiek Vlaanderen blijkt dat lokale besturen (in de ruime zin van het woord) de afgelopen jaren een gestage groei in vertrouwen hebben gekend. In het najaar van 2021 gaf slechts 22% van de bevolking aan (heel) veel vertrouwen te hebben in de gemeenteraad. In 2024 is dat gestegen tot 27%. Ook het vertrouwen in de gemeentelijke administratie groeide van 34% naar 40%, wat deze instelling tot een van de sterkst stijgende maakt binnen het lokale niveau.
Deze evolutie is relevant in het licht van de afschaffing van de opkomstplicht in 2021. In dat kader speelt vertrouwen een cruciale rol: burgers die vertrouwen hebben in hun lokale bestuur zijn eerder geneigd om hun stem uit te brengen, zeker bij gemeenteraadsverkiezingen waar de impact van hun keuze direct voelbaar is. Lokale besturen vormen het eerste aanspreekpunt tussen burger en overheid. Wanneer deze instellingen erin slagen om het vertrouwen van de burger te winnen, kan dat het democratisch engagement versterken en uiteindelijk de opkomst bij verkiezingen verhogen.
De stijgende vertrouwenscijfers in lokale instellingen lijken op het eerste gezicht paradoxaal wanneer we ze koppelen aan de terugval in opkomst bij de lokale verkiezingen van 2024. Hoewel het vertrouwen in gemeentelijke administraties, gemeenteraden en burgemeesters sinds 2021 gestaag is toegenomen, daalde de electorale participatie. Daarvoor zijn mogelijk meerdere verklaringen.
Ten eerste rapporteert de tabel enkel het aandeel burgers dat aangeeft (heel) veel vertrouwen te hebben in een instelling. Het is dus goed mogelijk dat een aanzienlijk deel van de bevolking een matig of neutraal vertrouwen koestert. Deze houding wordt niet weergegeven, maar kan wel degelijk invloed hebben op hun bereidheid om te stemmen.
Ten tweede speelt ook het aandeel proteststemmen een rol. Deze stemmen verhogen de opkomstcijfers, maar weerspiegelen niet noodzakelijk een positief democratisch engagement. In dat opzicht zouden we het percentage kiezers dat geen vertrouwen heeft in de instellingen, en dus op anti-systeempartijen stemt eigenlijk moeten aftrekken van het totale opkomstpercentage om een zuiverder beeld te krijgen van de ‘constructieve’ participatie. Wanneer we dat doen, wordt de schijnbare paradox tussen stijgend vertrouwen en dalende opkomst minder groot: een deel van de opkomst wordt immers gedragen door onvrede, niet door vertrouwen.
Deze nuance onderstreept dat vertrouwen en opkomst geen één-op-één relatie kennen. Politieke participatie wordt beïnvloed door een complex samenspel van factoren, waaronder vertrouwen, maar ook mobilisatie, informatievoorziening, en het gevoel van impact. De afschaffing van de opkomstplicht heeft dat krachtenveld fundamenteel veranderd.
Er is een gebrek aan interesse in een politieke carrière
Er dienen zich te weinig kandidaten spontaan aan
Het is moeilijk om mensen warm te maken om te kandideren voor de gemeenteraad
Het is moeilijk om kandidaten en gekozenen aan boord te houden
Bron: Bram Wauters (UGent) bij de les Politieke partijen (12 december 2025)
In de Local Chairs Survey van 2024 gaven de voorzitters van lokale partij-afdelingen aan dat het moeilijk is om kandidaten te vinden om op hun lijsten te staan voor de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober 2024. De Local Chairs Survey is een zesjaarlijkse bevraging in aanloop naar de lokale verkiezingen. Uit de (reeds ongepubliceerde) resultaten van 2024 blijkt dat lokale partij-afdelingen moeilijkheden ondervinden met het vinden van vrouwen, jongeren en kandidaten van niet-Belgische origine (Van Haute & Wauters, 2025).
De opkomst bij de lokale verkiezingen van 2024 kende grote discrepanties. In sommige gemeentes bleef het opkomstpercentage hoog, maar in andere gemeentes was de opkomst te laag om van echte politieke representatie te spreken. Daarom lanceert de Vlaamse overheid in vier gemeentes met een opkomstpercentage lager dan zestig procent, een proefproject van een nieuw lokaal bestuursmodel: De Spiegeldemocratie™.
In die gemeentes wordt de politieke gemeenteraad voor zes jaar bijgestaan door een burgergemeenteraad van gelote burgers. De politiek wordt zo gespiegeld aan de burgersamenleving. De burger praat mee, beslist mee en stemt mee. Burgers worden sowieso betrokken: voor elk besluit moet er zowel een politieke als een burgermeerderheid gezocht worden. Tweejaarlijks worden nieuwe burgers geloot. Want echte participatie is dubbelzijdig.
De Vlaamse overheid is zich bewust van haar democratische verantwoordelijkheid. Ze beseft dat het afschaffen van de opkomstplicht naast voordelen, ook nieuwe uitdagingen met zich meebrengt. Zo'n democratische omgang gebeurt niet vanzelf - daarom staat de Vlaamse overheid haar lokale besturen bij. Eerst als proefproject, en later als nieuw bestuursmodel treedt De Spiegeldemocratie™ in werking.
Het politiek vertrouwen gaat erop vooruit wanneer de burger kan meepraten, toont wetenschappelijk onderzoek aan. Maar die mag er niet zomaar voor spek en bonen bijzitten - hij moet ook kunnen meebeslissen. In De Spiegeldemocratie™ moet voor elk voorstel of besluit zowel een politieke als een burgermeerderheid gevonden worden. Burgers worden daarnaast ook permanent bijgestaan door experts en gesprekscoaches.
Zo kan er opnieuw zuurstof worden geblazen in deze lokale democratieën, wat zowel de lokale politiek als de opkomst bij verkiezingen goed moet doen.
In De Spiegeldemocratie™ worden vier Vlaamse gemeenten met een lage opkomst geselecteerd in drie provincies het proefproject:
Eeklo, Wemmel, Vilvoorde, Menen.
Eeklo (54,6%)
Menen (57,4%)
Vilvoorde (57,4%)
Wemmel (57,9%)
Terechte vraag. Onze Democracy Fellows hebben niet stilgezeten en hebben een studie opgezet om De Spiegeldemocratie™ stevig te funderen. Hun werk lees vind je terug op de pagina van de Wetenschappelijke onderbouwing.
Alle informatie vind je terug op de contactpagina van Het Team.
Meer informatie over de praktische uitwerking vind je op hun pagina.
Dat hebben we uitgewerkt op de pagina van de Juridische basis.